zondag 28 oktober 2012

Ad interim

Vergeef me.

Voor het bloggen van niet één bericht.
Voor het feit dat ik eerder voor de televisie dan voor
het neerpennen van creatieve brouwsels ben gezwicht.

Voor het gegeven dat steeds tekort schiet.
Voor mijn blik die wel waarneemt
maar niet echt ziet.

Vergeef me

dat ik niet zijn kan wie jij hoopt
dat mijn brein niet voldoet aan jouw eisen
nu de onzekerheid ook mijn gedachten onverhoopt
binnensluipt.

Het spijt me
dat mijn karakter aan zelfdiscipline ontbreekt
maar wie weet

Ooit voldoe ik misschien wel aan jouw eisen.
Mijn eisen?
Mijn eisen.

zodat ook het oppermachtig wezen niet meer smeekt
om stilte
in mijn hoofd.
Zijn hoofd.

donderdag 2 augustus 2012

00.00

Nog half in dromenland word ik gewekt door een oorverdovend alarm. Ik schrik op uit mijn slaap. Gedesoriënteerd kijk ik de kamer rond, niet meteen wetend waar ik me bevind. Wanneer het tot me doordringt dat ik me in mijn eigen, vertrouwde bed bevind en blijkt dat die verdomde wekker aan de oorzaak ligt van het abrupt beëindigen van een toch wel mooie droom, klop ik gefrustreerd op de standby-knop van het toestel. Die handeling zorgt ervoor dat het alarm, een geluid dat trouwens door merg en been gaat, afsterft en de stilte wederkeert.

Starend in de duisternis denk ik terug aan de droom van daarnet. Slapen zal ik toch niet meer. Er scheelt altijd wel iets. Vannacht werd het elektriciteitsnetwerk lamgelegd door een storm, vorige week door een fout bij werkzaamheden, de maand ervoor was het een vogel die stom genoeg bleek om zich te laten elektrocuteren door één van de elektriciteitsdraden. Ik vraag me af of zoiets wel mogelijk is. Waarschijnlijk niet, men verzint de meest onmogelijke dingen om de enige echte waarheid te verbergen: de techniekers uit het boerengat waarin ik leef, zijn klungels. Niet eens in staat om de bevolking langer dan een maand van stroom te voorzien. Klojo's zijn het. En elke keer word ik weer weggerukt uit welk dromenland ik ook verkeerde door het snijdende alarm van mijn op hol geslagen wekkerradio. Ik kan je verzekeren, na zo'n hartstilstand te hebben overleefd, doe je geen oog meer dicht. En dus denk ik terug aan de droom van daarnet. Een vredige droom, zonder overbodige elektronicatoestellen. Zonder wekkerradio's. Denkend aan zo'n mooie droom, voel ik mezelf weer wegglijden in de slaap waarvan ik dacht dat ik ze niet meer zou kunnen vinden en bedenk opeens dat ik in plaats van de standby-knop wel eens de snooze-knop zou kunnen ingedrukt hebben. In het donker verwar je die wel eens met elkaar. Maar het is te laat. Ik glijd steeds dieper weg. Weg van de volgende hartstilstand die me binnen dit en 20 seconden zal overvallen.

donderdag 14 juni 2012

La pesadilla

Deze keer geen fictie, maar pure realiteit.

Op mijn twaalfde kreeg mijn oudere zus een beugel. Ik was gefascineerd door de blinkende blokjes op haar tanden, en misschien zelfs wat jaloers ook. Maar de pijn die zij door die stalen constructie te verduren kreeg, die in vergelijking met een gebroken arm of een schotwond misschien wel niets voorstelt, was niet te zien aan de buitenkant. Hoe zeer ze mij ook probeerde te overtuigen van haar lijden, ik kon me niets voorstellen bij wat zij voelde en ik minimaliseerde het dan ook allemaal. Wat ik op dat moment echter niet wist, was dat mij enkele jaren later hetzelfde lot te wachten zou staan.

Ik was denk ik zestien, toen ik te horen kreeg dat mijn kaak te ver naar voren staat. Dit zou later voor problemen kunnen zorgen, zoals een soort van artrose of klachten over mijn kaakgewricht. Daarom werd een operatie voorgesteld. Op dat moment leek alles nog zo ver weg, de tandarts en chirurgen die ik vanaf dan maandelijks, soms zelfs wekelijks te zien kreeg, konden me wel vertellen wat zo'n operatie allemaal inhoudt, maar echt beseffen wat me te wachten stond deed ik niet.

Nu ben ik bijna achttien, en volgroeid. Dat laatste betekent dat het tijd is voor de operatie, aangezien die pas kan uitgevoerd worden wanneer je gestopt bent met groeien, omdat ze anders niet veel zin heeft. Ik ben al iets meer dan een jaar de niet zo trotse eigenaar van een reeks blokjes, en mijn gebit begint eindelijk aan de normen van wat men verstaat onder een 'mooi gebit' te voldoen. Maar ik heb nog een lange weg te gaan. Er wacht mij een toekomst die waarschijnlijk zeer voordelig voor zowel mijn gezondheid als mijn aangezicht zal blijken, maar op dit moment is het vooral een toekomst die mij 's nachts teistert, in mijn dromen.

De uiteindelijke operatie is gepland op 4 juli. Dat willen zeggen dat ik nog zo'n drie weken te gaan heb, voor het zover is. En toch lig ik er al wakker van. Alles leek altijd zo onrealistisch. Tot een tweetal weken geleden.  Na een zoveelste controle in het ziekenhuis, waarbij wederom afdrukken en foto's van kaak en gebit werden genomen, kwam het besef. En ik kon alleen maar huilen. Een ongekend gevoel van angst overmeesterde mij, ik liet de tranen de vrije loop. Het feit dat er altijd een kans is dat er iets misloopt, maar vooral de onwetendheid over hoe het gaat zijn na de operatie, of ik wel ga kunnen eten, slapen, lachen, praten, maakt mij bang.

Waarschijnlijk maak ik me zorgen om niets, heel deze cirque is ten slotte voor mijn eigen goed. Ik heb al veel mensen de operatie met succes zien doorstaan, en ik heb dus geen reden tot paniek. Maar zelfs die wetenschap houdt de boze dromen niet weg...


zaterdag 9 juni 2012

Drup

Niemand kijkt uit naar je komst
Ga toch weg

Je bent alles behalve geliefd hier
Slechts een enkele ziel rent naar buiten
en begint te dansen als hij jou ziet verschijnen
Desondanks daag jij vaker op dan voorspeld
of gehoopt

Toegegeven
Je ben sterk
Zo sterk dat je de grootste monumenten kan verwoesten
Maar tegelijk ben je
zo slap dat zelfs een mug niet onder de indruk is
van je kracht

Ik smeek je
Beveel je zelfs

Ga toch weg
Niemand kijkt uit naar je komst

donderdag 31 mei 2012

Insomnia

Haar blik werd wazig, haar ogen vielen bijna dicht. De slapeloze nachten die haar de voorbije dagen niet alleen  enorme migraine-aanvallen bezorgden, maar ook wegrukten uit de realiteit bleven zich maar opstapelen. Ook deze nacht was het niet anders, en met haar hoop op een goed uitgerust lichaam verdween ook haar strijdlust. Amper drie uur 's middags was het. Toch liet ze zich deemoedig zakken in de armen van de haar plots overvallen slaap. In het midden van haar sollicitatiegesprek.

Ze was er alweer in geslaagd om een unieke kans in haar leven te vergooien. Haar hoop op de job van haar leven verdween met de noorderzon toen ze kwijlend wakker werd, omringd door zo'n vijftal zakenmensen met een enorme sadistische glimlach op hun gezicht. Ze kon zichzelf wel pijnigen, haten, slaan, vervloeken van schaamte. Met een spottende vinger werd ze de deur gewezen, terwijl de moed steeds dieper in haar schoenen zakte. Voor de ingang van het torenhoge gebouw bleef ze even staan. De frisse lucht deed haar deugd. Ze ademde nog één keer diep in om vervolgens de eerst voorbijrijdende taxi te lonken en de chauffeur instructies te geven. 'Waar naartoe, mevrouw?'. Ze dacht aan de drie volgende managers die op haar wachtten, maar ze wou niet nog eens een sollicitatieblunder begaan, en beval de chauffeur om haar thuis af te zetten.

Thuisgekomen schopte ze haar schoenen uit, het paar vloog in het rond. Een ervan kwam op de stoof terecht, de andere viel recht in de drinkbak van Gerrit, haar hond. 'Wat is het toch mijn geluksdag vandaag!', zei ze bij zichzelf. Ze keek besluiteloos om zich heen, naar de berg afwas die al drie dagen op haar stond te wachten, naar de volle mand met kleren die allemaal nog gestreken moesten worden, naar Gerrit, die voor de zoveelste keer weer in huis geplast had. Compleet moedeloos en uitgeput liet ze zich op haar bed vallen. Vandaag doe ik niets meer, dacht ze bij zichzelf. Haar ogen waren amper gesloten, of ze gleed al weg in een hele diepe slaap.